Verwerking van camerabeelden

Bij cameratoezicht in de openbare ruimte om de openbare orde te handhaven, spelen de gemeente en de politie beide een rol. De gemeente besluit over de inzet van het cameratoezicht, de politie verwerkt de camerabeelden. Wie daarbij waarvoor verantwoordelijk is, leest u op deze pagina. 

Op deze pagina

Verantwoordelijk voor verwerking

Bij het cameratoezicht in de openbare ruimte om de openbare orde te handhaven, spelen de gemeente en de politie beide een rol:

  • Gemeenten kunnen cameratoezicht inzetten om toezicht te houden op openbare plaatsen als dit noodzakelijk is om de openbare orde te handhaven. De regels staan in artikel 151c van de Gemeentewet. De burgemeester beslist samen met de gemeenteraad in welke gevallen, waar en hoe lang cameratoezicht wordt ingezet.
  • De politie is verantwoordelijk voor de verwerking van de camerabeelden.

Korpschef is verwerkingsverantwoordelijke

De burgemeester is in politiek-bestuurlijke zin verantwoordelijk voor het cameratoezicht. Maar de burgemeester is niet de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de camerabeelden. Dat is de korpschef van de politie.

De verwerking van de camerabeelden valt namelijk onder de Wet politiegegevens (Wpg). Dit betekent dat de camerabeelden politiegegevens zijn. En dat de korpschef de verwerkingsverantwoordelijke is, omdat die in de Wpg is aangewezen als de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van politiegegevens door de politie.

Doordat de wetgever dit heeft bepaald, maakt het niet uit wie in de praktijk het doel van en de middelen voor de verwerking bepaalt. Ook als de burgemeester deze bepaalt, is de korpschef dus de verwerkingsverantwoordelijke.

Voorwaarden verwerking camerabeelden

Belangrijke voorwaarden voor de verwerking van de camerabeelden zijn:

  • de verwerking is noodzakelijk;
  • er wordt vooraf een ‘data protection impact assessment’ (DPIA) uitgevoerd;
  • er geldt een informatieplicht;
  • er zijn specifieke bewaartermijnen van toepassing;
  • een goede beveiliging is belangrijk;
  • er is een verwerkersovereenkomst.

Noodzakelijkheid

De verwerking van de camerabeelden moet noodzakelijk zijn voor het doel van het cameratoezicht. En dit doel mag niet ook te bereiken zijn met minder ingrijpende maatregelen.

DPIA

Een van de situaties waarin een DPIA verplicht is, is als persoonsgegevens worden verwerkt om op grote schaal en systematisch mensen te volgen in een publiek toegankelijk gebied. Dit is het geval bij cameratoezicht op openbare plaatsen.

Informatieplicht

Op grond van de Wpg moet de politie betrokkenen informeren over de verwerking van de camerabeelden. Daarbij moet de politie bijvoorbeeld informatie geven over het doel van de verwerking en over de privacyrechten van betrokkenen. Zoals het recht op inzage.

Op grond van de Gemeentewet moet de aanwezigheid van camera’s duidelijk zijn voor iedereen die het betreffende gebied betreedt. De gemeente kan bijvoorbeeld een bord ophangen dat mensen informeert over het cameratoezicht. Politie en gemeente kunnen afspraken maken over de uitvoering van deze informatieplicht.

Bewaartermijnen

De politie mag camerabeelden niet langer bewaren dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor ze zijn gemaakt.

Permanent cameratoezicht

Gaat het om camerabeelden die zijn gemaakt met permanent cameratoezicht (op grond van artikel 151c van de Gemeentewet)? Dan mag de politie de beelden maximaal 4 weken bewaren. Zijn er concrete vermoedens dat er strafbare feiten op de camerabeelden staan? Dan mag de politie de beelden langer bewaren om die strafbare feiten op te sporen.

Incidenteel cameratoezicht

Gaat het om camerabeelden die de politie maakt met incidenteel cameratoezicht (op grond van artikel 3 van de Politiewet)? Dan mag de politie de beelden niet langer bewaren dan nodig is voor het doel waarvoor ze zijn gemaakt. De regels staan in de Wpg.

Beveiliging van en toegang tot camerabeelden

De politie moet passende beveiligingsmaatregelen nemen om te zorgen dat de camerabeelden niet onrechtmatig of ongeoorloofd worden verwerkt. Alleen personen die de korpschef (als verwerkingsverantwoordelijke) autoriseert, hebben toegang tot de beelden.

Verwerkersovereenkomst

Schakelt de politie andere organisaties in om camerabeelden te verwerken? Dan moet de politie met die organisaties een verwerkersovereenkomst afsluiten. Denk aan een externe partij die de camerabeelden uitkijkt. De externe partij handelt dan uitsluitend onder instructie van de politie.

Verantwoordelijkheden politie en gemeente

De politie is verantwoordelijk voor de verwerking van de camerabeelden. En dus voor het voldoen aan de eisen van de Wpg. De korpschef moet dat (als verwerkingsverantwoordelijke) ook kunnen aantonen. Het ligt wel voor de hand dat de politie en de gemeente nauw samenwerken bij de uitvoering van het cameratoezicht.

Gebruik van camerabeelden

De politie mag de camerabeelden bekijken en gebruiken om de openbare orde te handhaven. Bijvoorbeeld om onveilige situaties of regelmatige wanordelijkheden tegen te gaan. Zijn er op de camerabeelden incidenten vastgelegd, zoals een vechtpartij? Dan mag de politie de camerabeelden ook gebruiken om de daders van strafbare feiten op te sporen.

Incidenteel cameratoezicht: camerabeelden ook politiegegevens

De politie kan incidenteel cameratoezicht inzetten. Ook dan valt de verwerking van de camerabeelden onder de Wpg. Ook bij incidenteel cameratoezicht is de korpschef dus de verwerkingsverantwoordelijke, moet de verwerking aan de Wpg voldoen en moet de korpschef dit kunnen aantonen.

Verstrekking van camerabeelden

De politie mag de camerabeelden alleen verstrekken als dit op grond van de Wpg is toegestaan. De gemeente heeft dus niet zomaar toegang tot de camerabeelden. De politie moet hierop toezien.

Uitvoeren DPIA

Dat de korpschef de verwerkingsverantwoordelijke is, betekent ook dat deze verantwoordelijk is voor het uitvoeren van een DPIA. De korpschef voert de DPIA uit voor de start van cameratoezicht en dus van de verwerking van de camerabeelden.

Omdat de burgemeester bij permanent cameratoezicht onder meer beslist over de plaats van het cameratoezicht en de duur, ligt het voor de hand dat de korpschef de burgemeester betrekt bij het uitvoeren van de DPIA.

Zo nodig vraagt de korpschef ook om een voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Afspraken politie en gemeente

Het ligt voor de hand dat de politie en de gemeente nauw contact hebben over de uitvoering van het cameratoezicht. Bijvoorbeeld over het informeren van burgers, wat de gemeente en de politie beide verplicht zijn.

Waar te vinden?

Artikel 151c van de Gemeentewet

Artikel 3 van de Politiewet

Wet politiegegevens