Vergroot contrast

Openbaarmaking van giften aan politieke partijen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft het CBP om advies gevraagd over de mogelijkheid om in de Wet subsidiëring politieke partijen – eventueel onder specifieke voorwaarden – te bepalen dat giften aan politieke partijen afkomstig van natuurlijke personen openbaar moeten worden gemaakt. Dat zou leiden tot een wettelijke verplichting voor politieke partijen om persoonsgegevens van particuliere schenkers openbaar te maken.

Inbreuk op privacy vereist wettelijke basis en toereikende motivering

Een verplichting voor politieke partijen als hier bedoeld moet worden beschouwd als een inbreuk op de privacy van de betrokken personen, zodat moet worden voldaan aan artikel 8 EVRM en artikel 10, eerste lid, van de Grondwet. Niet alleen moet worden voorzien in een wettelijke basis, maar ook in een toereikende motivering waaruit de noodzaak van de beoogde maatregel blijkt, met inachtneming van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Politieke partijen verantwoordelijke in de zin van de Wbp

De politieke partijen zijn verder als verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens gebonden aan de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de daaraan ten grondslag liggende Richtlijn 95/46/EG. De beoogde maatregel zal tot gevolg hebben dat politieke partijen worden verplicht om persoonsgegevens te verwerken op een wijze die onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor zij zijn verkregen. Op grond van artikel 43 Wbp en artikel 13 van Richtlijn 95/46/EG is dat slechts mogelijk, als dat noodzakelijk is om zwaarwegende belangen als daar bedoeld te waarborgen. Een wettelijke verplichting is ook hierdoor gebonden aan een strikte afweging van belangen en een toereikende motivering.

Gegevens over giften altijd bijzondere gegevens?

Gegevens over giften door natuurlijke personen aan politieke partijen zullen veelal informatie bevatten over de politieke gezindheid van betrokkenen. Blijkens de wetsgeschiedenis zijn dit echter alleen bijzondere gegevens in de zin van artikel 16 Wbp, als uit de gegevens rechtstreeks de politieke gezindheid kan worden afgeleid. Bij gegevens omtrent het lidmaatschap van een politieke partij is dit steeds het geval, maar bij giften van derden is dit mede afhankelijk van bijkomende omstandigheden. Zeker bij grotere giften kan de gever andere oogmerken hebben dan blijk te geven van zijn politieke gezindheid. Er is dus wel sprake van persoonsgegevens, maar niet steeds van bijzondere gegevens in de zin van artikel 16 Wbp.

Voor zover gegevens over ontvangen giften moeten worden aangemerkt als bijzondere gegevens in de zin van artikel 16 Wbp, zijn de uitzonderingen op het verbod van verwerking genoemd in art.19 Wbp niet van toepassing. De Europese Privacyrichtlijn gaat er verder expliciet vanuit dat gegevens als deze in beginsel niet zonder toestemming van de betrokkenen aan derden worden doorgegeven (art. 8, tweede lid, onder d, van Richtlijn 95/46/EG).

Zwaarwegend maatschappelijk belang aanwezig

Het waarborgen van de integriteit van politieke partijen, het tegengaan van ongewenste belangenverstrengeling en het bevorderen van de zuiverheid van het politiek proces in het algemeen, kunnen worden beschouwd als zwaarwegende algemene belangen in de zin van artikel 23, eerste lid, onder e Wbp, die ook relevant zijn in het kader van artikel 8 EVRM en artikel 43 Wbp. Het komt echter vooral aan op de vraag in hoeverre de openbaarmaking van giften van natuurlijke personen kan worden gezien als een noodzakelijke maatregel om deze belangen te waarborgen.

Advies: concrete afweging van de noodzaak van openbaarmaking

In de toelichting bij de regeling zal de de noodzaak van de maatregel zo concreet mogelijk moeten worden afgewogen, met toevoeging van minder ingrijpende alternatieven en een motivering waarom die niet in aanmerking komen. Het vermelden van de categorie ‘giften van natuurlijke personen’ naast de andere inkomstenbronnen, zoals subsidie, contributie van leden en giften van bedrijven, zou mogelijk al zoveel bijdragen aan de doelstelling van een wettelijke maatregel, dat hiermee kan worden volstaan. Ook kan gedacht worden aan de mogelijkheid van onafhankelijke controle door derden. Steeds dienen ook passende waarborgen getroffen te worden. Het CBP benadrukt het belang van het – anders dan via de wet – informeren van potentiële gevers over de gevolgen van de verplichte openbaarmaking.

4 februari 2002, z2001-01589

Publicaties