Vergroot contrast

CBP onderzoekt Schengen-signaleringen

De Gemeenschappelijke Controleautoriteit (GCA) voor het Schengen Informatiesysteem (SIS) heeft een onderzoek afgerond naar hoe de lidstaten artikel 95 van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst (SUO) toepassen. Dit betreft de signalering van personen die worden gezocht naar aanleiding van een Europees aanhoudingsbevel om hen te kunnen vervolgen en berechten of omdat zij nog een gevangenisstraf moeten uitzitten. Voor Nederland heeft het College bescherming persoonsgegevens (CBP) het onderzoek uitgevoerd.

Inwerkingtreding SIS II

Inmiddels zijn de voorschriften van de SUO gewijzigd in verband met de inwerkingtreding van SIS II – de opvolger van het SIS – maar voor dit geval zijn de regels op hoofdlijnen niet gewijzigd.

Onderzoek GCA

De GCA heeft naar aanleiding van de bevindingen van de onderzoeken in de lidstaten een rapport opgesteld met aanbevelingen. In het rapport wordt geconcludeerd dat de signaleringen in het algemeen voldoen aan de eisen die daaraan worden gesteld. Er zijn echter tal van voorbeelden aangetroffen waarbij de gegevens niet meer juist waren of waarbij de communicatie over de aanhoudingsbevelen niet goed verliep. De GCA geeft aan de lidstaten een aantal aanbevelingen, die voornamelijk betrekking hebben op verbetering van de organisatie en communicatie rondom deze signaleringen.

Deelonderzoek CBP

Het CBP heeft een aantal dossiers onderzocht van door Nederland op grond van artikel 95 SUO gezochte personen. Bij twee dossiers bleek dat de signalering al verwijderd had moeten zijn en bij enkele andere dossiers stemden niet alle persoonsgegevens met elkaar overeen. De overige dossiers gaven geen aanleiding tot opmerkingen. Het CBP heeft de minister van Veiligheid en Justitie verzocht om passende aandacht te besteden aan de aanbevelingen.