Vergroot contrast

CBP herziet besluit gedragscode zorgverzekeraars

​Bij uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 13 november 2013 is het besluit van het College bescherming persoonsgegevens (CBP) tot afgifte van een goedkeurende verklaring voor de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Zorgverzekeraars met bijbehorend Protocol Materiële Controle (d.d. 13 december 2011) van Zorgverzekeraars Nederland vernietigd. De Rechtbank Amsterdam heeft in die uitspraak een aantal beroepsgronden tegen de afgifte van die goedkeurende verklaring zoals aangevoerd door de Stichting Koepel van DBC-vrije Praktijken van Psychotherapeuten en Psychiaters gegrond verklaard. Zorgverzekeraars Nederland heeft op 17 december 2013 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De rechtbank Amsterdam heeft het CBP een termijn van zes weken gesteld voor het nemen van een nieuw besluit. In die termijn heeft  Zorgverzekeraars Nederland geen – aan de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam – aangepaste versie van de Gedragscode ter beoordeling aan het CBP voorgelegd. Het instellen van hoger beroep door Zorgverzekeraars Nederland heeft geen schorsende werking ten aanzien van de door de Rechtbank Amsterdam gestelde termijn voor het nemen van een nieuw besluit door het CBP.

Tegen die achtergrond heeft het CBP op 19 december 2013 met inachtneming van de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam een nieuw besluit genomen, houdende afwijzing van het verzoek van Zorgverzekeraars Nederland tot afgifte van een goedkeurende verklaring voor de Gedragscode. Dit besluit wordt openbaar gemaakt door plaatsing van deze mededeling en het besluit op de website van het CBP en door plaatsing van het besluit in de Staatscourant.

Aanvulling d.d. 23 juni 2014

Zorgverzekeraars Nederland heeft op 11 juni 2014 het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam ingetrokken.

z2012-00146