Vergroot contrast

CBP adviseert over wetsvoorstel bestrijding computercriminaliteit

Technische ontwikkelingen maken het steeds eenvoudiger vertrouwelijke informatie uit een computer over te nemen en op het internet te zetten. Dat is schadelijk voor de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen. De minister van Justitie acht verruiming van de strafrechtelijke bescherming daarom noodzakelijk. Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft de minister geadviseerd over een conceptwetsvoorstel dat deze verruiming beoogt.

Het conceptwetsvoorstel bevat 3 onderdelen.

a. In het Wetboek van Strafvordering wordt een zelfstandige regeling opgenomen van de bevoegdheid van de officier van justitie om te vorderen dat gegevens op het internet ontoegankelijk worden gemaakt. 

Deze mogelijkheid is van toepassing als de gedragscode ‘Notice-And-Take-Down’ , die geldt voor tussenpersonen (hosts) die in Nederland een openbare (telecommunicatie-)dienst op internet leveren en een procedure bevat voor meldingen van onrechtmatige en strafbare inhoud op internet, niet afdoende blijkt om de verwijdering van gegevens te realiseren.

De rechter beslist of de gegevens ook moeten worden vernietigd. Belanghebbenden kunnen zich bij de raadkamer van de rechtbank schriftelijk beklagen over de vordering tot het ontoegankelijk maken van de gegevens. De geboden rechtsbescherming lijkt het CBP adequaat.

b. Het wederrechtelijk overnemen van gegevens uit een computer en die op internet zetten, waardoor vertrouwelijke gegevens razendsnel kunnen worden verspreid, wordt strafbaar gesteld, evenals ‘heling’ van computergegevens.

Het CBP merkt op dat deze strafbaarstelling (wederom) aan het licht brengt dat het treffen van adequate beveiligingsmaatregelen onontbeerlijk is en wijst erop dat de voorgestelde regeling verantwoordelijken niet ontslaat van hun verplichtingen zoals die uit artikel 13 Wet bescherming persoonsgegevens voortvloeien.

c. De strafbaarstellingen bij het afluisteren, aftappen, opnemen of overnemen van gegevens worden verruimd; de voorwaarden dat de dader zelf geen gespreksdeelnemer is dan wel dat de gegevens niet bestemd zijn voor degene die gegevens opneemt of aftapt, komen te vervallen.

Het CBP heeft een opmerking over de uitzondering die is gemaakt voor het opnemen van bijvoorbeeld gesprekken om ‘misstanden aan de kaak te stellen’, hetgeen niet ‘civielrechtelijk onrechtmatig’ zou zijn.

Wat betekent ‘civielrechtelijk niet onrechtmatig’? Is dat naar eigen goeddunken vast te stellen door degene die deze gesprekken opneemt en/of aftapt of is dat aan de civiele rechter om te beoordelen? Gelet op de persoonlijke levenssfeer van degenen die hierbij zijn betrokken, beveelt het CBP aan dit punt nader toe te lichten.

Publicaties