Vergroot contrast

CBP adviseert over camera’s voor verkeersonderzoek

Op verzoek van de minister van Infrastructuur en Milieu heeft het College bescherming persoonsgegevens (CBP) geadviseerd over een wijziging van de Wegenverkeerswet 1994. Dit wetsvoorstel legt de wettelijke basis voor wegbeheerders om camera’s te plaatsen langs wegen voor verkeersonderzoeken. Het CBP adviseert om het wetsvoorstel pas in te dienen nadat met het advies van het CBP rekening is gehouden.

Rijkswaterstaat (RWS) voert verkeersonderzoeken en zogeheten spitsmijdenprojecten uit. Het doel hiervan is de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer te vergroten.

Camera’s langs wegen

Om automobilisten te benaderen voor onderzoek, maakt RWS gebruik van automatische kentekenherkenning, ook wel ANPR (automatic numberplate recognition) genoemd.

Camera’s langs wegen scannen hierbij kentekens van passerende voertuigen. RWS gebruikt de verzamelde kentekens vervolgens om de adressen van automobilisten op bepaalde trajecten te achterhalen.

Het wetsvoorstel tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994) bevat de wettelijke basis voor wegbeheerders om camera’s te plaatsen langs wegen voor verkeersonderzoeken.

Advies CBP

Het CBP adviseerde onder meer om de memorie van toelichting (MvT) op 2 punten aan te passen.

De MvT beperkt zich tot de verkeersonderzoeken van RWS. Dit wekt de indruk dat alleen RWS de bevoegdheid krijgt om camera’s te plaatsen. Maar door de grondslag hiervoor neer te leggen in artikel 14 van de Wvw 1994, worden álle wegbeheerders hiertoe bevoegd. Het CBP adviseerde om dit explicieter aan te geven.

Ook adviseerde het CBP om in de MvT duidelijker te maken dat het plaatsen van camera’s alleen is toegestaan voor verkeersonderzoeken, niet voor andere doelen.

Publicaties